Wij tellen alles na. Voor journalisten
Warmtepomp

Stooklijn warmtepomp instellen in 2026

Stel de stooklijn, thermostaat en nachtverlaging van je warmtepomp goed in met merkvoorbeelden, een stappenplan en rendementsdata.

Hoofdbevindingen
  1. In 10 onderzochte modellen was de mediane eta-s 192% bij 35 °C en 138,5% bij 55 °C.
  2. De eta-s was in deze set bij 35 °C circa 38,6% hoger dan bij 55 °C.
  3. Remeha noemt voor lage-temperatuurafgifte een voetpunt van 15 °C en een helling van 0,4 tot 0,7.
  4. Milieu Centraal adviseert 0 graden nachtverlaging bij vloerverwarming en 1 of 2 graden in de genoemde isolatiesituaties.
  5. Milieu Centraal noemt 4 °C als vaak voorkomend hybride omschakelvoorbeeld, maar niet als universele instelling.

De beste instelling is de laagste stooklijn waarbij de koudste kamer warm blijft, maar één waarde past niet bij elke warmtepomp. De curve hangt af van het afgiftesysteem, de woning en de regeling. Hieronder staan een veilige werkwijze, merkvoorbeelden en controles voor problemen met comfort of verbruik.

Wat is een stooklijn van een warmtepomp?

Een stooklijn koppelt de buitentemperatuur aan de gevraagde aanvoertemperatuur. Als het buiten kouder wordt, vraagt de regeling doorgaans warmer water voor radiatoren of vloerverwarming. De benodigde compensatiecurve hangt af van het ontwerp van het verwarmingssysteem. [01]

De helling zegt hoe sterk de aanvoertemperatuur stijgt bij lagere buitentemperaturen. Een steile helling geeft dus bij vorst sneller warmer water. [02] Het voetpunt is het lage beginpunt van de lijn. Een parallelverschuiving schuift de hele curve omhoog of omlaag, zonder de helling te veranderen.

Een maximum aanvoertemperatuur begrenst de curve. NIBE noemt voor vloerverwarming gewoonlijk 35 tot 45 °C als maximum. [02] In het NIBE-handleidingvoorbeeld verhoogt een verschuiving van +2 stappen de aanvoertemperatuur bij alle buitentemperaturen met 5 °C. [02]

Welke stooklijn moet je instellen?

Er is geen vaste stooklijn voor elke woning. Gebruik fabrikantwaarden alleen als startpunt voor de genoemde regeling en pas daarna rustig aan op basis van comfort in de koudste kamer.

Startwaarden en curvevoorbeelden uit onderzochte fabrikantdocumentatie, geraadpleegd op 24 september 2026.
Merk en situatie Instelling of voorbeeld Beperking
Remeha, lage-temperatuurvloerverwarming of lage-temperatuurradiatoren Voetpunt 15 °C, helling 0,4 tot 0,7 Remeha-advies voor beschreven regeling [03]
Remeha, klassieke radiatoren Voetpunt 15 °C, helling 1,5 tot 1,7 Remeha-advies voor beschreven regeling [03]
Panasonic Aquarea, vloerverwarming Circa 35 °C aanvoer bij 15 °C buiten, naar 40 °C bij -5 °C buiten Ontwerpafhankelijk fabrikantvoorbeeld [01]
Panasonic Aquarea, radiatoren in nieuwere woning Circa 35 naar 45 °C Ontwerpafhankelijk fabrikantvoorbeeld [01]
Panasonic Aquarea, radiatoren in oudere woning Circa 35 naar 50 °C Ontwerpafhankelijk fabrikantvoorbeeld [01]

Niet opgenomen: woningisolatie, warmteverlies, afgiftevermogen, hydraulische inregeling en modelspecifieke begrenzingen.

Panasonic biedt in de onderzochte regelaar een keuze tussen een vaste aanvoertemperatuur en een compensatiecurve. De vaste aanvoer is daar instelbaar van 20 tot 60 °C, in stappen van 1 °C. [01] Dat maakt een vaste temperatuur niet per se passend voor jouw woning.

Hoe stel je de stooklijn stap voor stap lager in?

Stel de stooklijn in kleine stappen lager in en verander steeds maar één instelling. Stop zodra de koudste kamer bij passend weer onvoldoende warm wordt.

  1. Noteer eerst de beginsituatie: buitentemperatuur, aanvoer, retour, kamertemperatuur, debiet, compressorstarts en standen van kranen en zones.
  2. Controleer of radiatorkranen open staan, zones actief zijn en het afgiftesysteem warmte kan afgeven.
  3. Kies één parameter. Is het bij alle weersomstandigheden te warm, dan ligt een parallelverschuiving voor de hand. Is het alleen bij vorst te koud, kijk dan naar de helling.
  4. Pas één waarde aan en volg daarna het effect.
  5. Remeha noemt voor de winter een wijziging van 0,1 per 24 uur. Bij een klacht dat het te koud is, noemt een andere Remeha-instructie een verhoging van 0,2 en controle gedurende enkele dagen. Dit zijn Remeha-specifieke voorbeelden. [04]

De bediening en beschikbare menu's verschillen per toestel, regelaar en software. Lees daarom ook wat bij de installatie van een warmtepomp hoort en wat een gebruiker zelf kan aanpassen.

Wanneer verander je de helling en wanneer het voetpunt?

Bij een probleem bij alle buitentemperaturen past vaak een verschuiving. Een probleem dat alleen bij koud weer optreedt, wijst eerder naar de helling. Eén koude kamer is geen bewijs dat de stooklijn omhoog moet.

Symptomen en eerste controles bij een stooklijn, op basis van de werking van helling en parallelverschuiving.
Klacht Eerste richting Controleer eerst
Alleen bij vorst te koud Helling mogelijk te laag Open kranen, afgiftesysteem en debiet
Vooral in voor- en najaar te koud Voetpunt of parallelverschuiving mogelijk te laag Thermostaatinstelling en actieve zones
Bij alle buitentemperaturen te warm of te koud Parallelverschuiving mogelijk te hoog of te laag Werkelijke aanvoer en kamertemperatuur
Slechts één kamer te koud Niet direct de stooklijn wijzigen Kraan, zone, radiator of vloerverwarmingsgroep

Remeha noemt bij onvoldoende warmte ook het controleren van open kranen, het afgiftesysteem en de instellingen. [03] Verhoog de curve dus niet direct als één ruimte achterblijft.

Hoeveel rendement levert een lagere aanvoertemperatuur op?

Een lagere vereiste aanvoertemperatuur helpt een elektrische warmtepomp efficiënter werken. [05] Onze warmtepomp-rendementsmonitor laat het verschil zien in gedeclareerde productwaarden, niet in het werkelijke jaarverbruik van één woning.

Mediane eta-s en rekenkundige omrekening voor 10 onderzochte modellen, monitorperiode augustus 2026, peildatum 25 augustus 2026.
Aanvoertemperatuur Mediane eta-s Rekenwaarde met factor 2,5
35 °C 192% 4,80
55 °C 138,5% 3,46

Niet opgenomen: woningwarmteverlies, bewonersgedrag, buitentemperaturen, installatiekwaliteit, hulpverwarming en werkelijk gemeten jaarverbruik.

Eta-s is de seizoensgebonden energie-efficiëntie voor ruimteverwarming. De Europese regels gebruiken voor elektriciteit een omzettingsfactor van 2,5. [06] Eta-s bevat ook correcties voor onder meer regeling en hulpenergie. Daarom is eta-s maal 2,5 geen exacte praktijk-SCOP van een geïnstalleerd systeem. [06]

De berekening is: 192 / 138,5 = 1,386. Ook geldt: (192 - 138,5) / 138,5 x 100 = circa 38,6%. Het absolute verschil is 192 min 138,5 = 53,5 procentpunt. Binnen de onderzochte set ligt de mediane eta-s bij 35 °C dus circa 38,6% hoger dan bij 55 °C, gecontroleerd op 25 augustus 2026.

De omrekening geeft 4,80 tegenover 3,46. Bij gelijke warmtevraag is 1 - 3,46 / 4,80 = 0,279, afgerond circa 27,8% minder elektriciteit bij de hogere rekenwaarde. Dit is een theoretische vergelijking binnen de onderzochte set, geen beloofde besparing in een woning.

EPREL bevat gedeclareerde productwaarden en bewijst niet welk energieverbruik jouw woning zal hebben. [07] Per modelserie is een representatief toestel opgenomen, niet het volledige assortiment: uitspraken gelden voor de onderzochte set.

Moet een warmtepomp 's nachts lager staan?

Nee, nachtverlaging past niet bij elke installatie. Milieu Centraal adviseert geen nachtverlaging bij vloerverwarming, een bodemwarmtepomp of goede isolatie met ventilatie met warmteterugwinning. [08]

Bij redelijke isolatie is het advies 1 graad nachtverlaging. Bij matige isolatie is het 2 graden. [08] Een grote daling kan betekenen dat de warmtepomp de woning in de ochtend hard moet opwarmen. Dat kan comfortverlies en extra energiegebruik geven. [08]

Hoe werken thermostaat en weersafhankelijke regeling samen?

Een thermostaat kan de warmtevraag doorgeven, maar neemt de stooklijn niet vanzelf over. De precieze taak hangt af van warmtepomp, regelaar, protocol en instellingen.

Een aan/uit-thermostaat vraagt alleen warmte of geen warmte. OpenTherm kan meer gegevens uitwisselen, maar de beschikbare functies verschillen. Een merkbus, zoals eBUS, R-bus of EMS-BUS, is een eigen communicatiesysteem van een fabrikant. Ruimtecompensatie gebruikt de gemeten kamertemperatuur om een weersafhankelijke curve bij te sturen.

Controleer bij vervanging van een regelaar daarom de documentatie voor jouw combinatie. Dat geldt ook voor een OpenTherm-thermostaat.

Welke thermostaatregeling gebruikt elk warmtepompmerk?

De onderstaande vormen zijn bevestigd voor onderzochte documentatie. Zij bewijzen geen volledige compatibiliteit met elke thermostaat.

Bevestigde regelvormen per onderzocht merk, geraadpleegd op 24 september 2026.
Merk Bevestigde regelvorm
Daikin Aanvoerregeling, externe kamerthermostaat of Daikin-kamerthermostaatinterface [09]
Mitsubishi Ecodan-regelaar of draadloze Mitsubishi-afstandsbediening naast compensatiecurve [10]
Panasonic Externe thermostaat met vaste aanvoer of compensatiecurve [01]
Vaillant Vaillant-systeemregelaar via eBUS [11]
Remeha R-bus, aan/uit of OpenTherm [15]
Bosch EMS-BUS voor accessoires [12]
Quatt OpenTherm voor kamertemperatuur, ketel via OpenTherm of aan/uit [13]
Weheat Aan/uit en vrijgegeven OpenTherm-thermostaten [14]
NIBE Eigen regelaar, stooklijn en ruimtecompensatie [02]

Niet opgenomen: individuele thermostaatmodellen, firmware, zones, converters, koelfuncties en volledige compatibiliteit.

Neemt OpenTherm de stooklijn over?

Nee, dat is afhankelijk van merk, toestelgeneratie en configuratie. OpenTherm kan ruimteregeling geven, een stooklijn doorgeven of vooral als bron voor een warmtevraag dienen.

Remeha beschrijft voor een R-bus-thermostaat weersafhankelijk regelen met ruimtecompensatie. Voor een aan/uit-thermostaat beschrijft het weersafhankelijk regelen. Bij een OpenTherm-thermostaat beschrijft Remeha ruimteregeling. [15]

Een oudere Elga-handleiding beschrijft juist dat een Honeywell OpenTherm-thermostaat in weersafhankelijke modus de ingestelde stooklijn kan doorgeven. [16] Quatt gebruikt meestal niet de gevraagde watertemperatuur als de gewenste en gemeten kamertemperatuur beschikbaar zijn. [13] Panasonic beschrijft zowel een externe thermostaat met vaste aanvoer als met weersafhankelijke curve. [01]

Hoe stel je een hybride warmtepomp in?

Gebruik 4 °C en -5 °C niet als vaste omschakeltemperatuur. Milieu Centraal schrijft dat een hybride warmtepomp vaak onder 4 °C naar de cv-ketel schakelt, maar dat het passende punt afhangt van woning en wensen. [08]

Vaillant noemt -5 °C als voorbeeld van een alternatief punt. Daarbij beschrijft het een triVAI-punt: een regelaar die verwachte verwarmingskosten van warmtepomp en ketel vergelijkt. [17] Quatt stelt dat zijn regeling kiest op basis van ingevoerde energietarieven. [18] Deze voorbeelden gelden alleen voor de beschreven systemen, niet als standaard voor de hybride warmtepomp.

Welke controles doe je voordat je de stooklijn verhoogt?

Controleer eerst de waterstroom en warmteafgifte. Een hogere stooklijn kan kranen laten sluiten omdat kamers sneller op temperatuur komen. Daardoor kan het noodzakelijke minimumdebiet in gevaar komen. [19]

Loop deze punten langs:

  • Staan relevante radiatorkranen en groepen open?
  • Zijn de zones die warmte vragen actief?
  • Past het afgiftesysteem bij de gevraagde aanvoertemperatuur?
  • Wat zijn gevraagde en werkelijke aanvoer, retour en debiet?
  • Hoe vaak start de compressor?
  • Welke kamers blijven achter en wat doen de kranen daar?

Welke instellingen kun je beter niet zelf wijzigen?

Wijzig alleen gebruikersinstellingen als je weet wat de functie doet en de gevolgen kunt volgen. Blijf uit installateursmenu's als de configuratie onbekend is.

Laat drinkwater- en legionella-instellingen, onbekende hydrauliek, elektrische beveiligingen, het koudemiddelcircuit en onbekende bivalentie-instellingen met rust. RIVM adviseert wijzigingen aan de drinkwaterinstallatie door een erkend installatiebedrijf te laten uitvoeren. [20]

Is de cv-aanvoertemperatuur hetzelfde als de tapwatertemperatuur?

Nee. De aanvoertemperatuur voor ruimteverwarming is de temperatuur van het water naar radiatoren of vloerverwarming. Een warmtepompvoorraadvat bewaart warm tapwater. Het legionellaprogramma verwarmt dat vat volgens een eigen schema.

Milieu Centraal schrijft dat een warmtepompvoorraadvat vaak op 50 tot 55 °C kan staan en dat het legionellaprogramma wekelijks tot boven 60 °C verwarmt. [08] RIVM adviseert voor woningen een boiler of combiketel op minstens 60 °C. [20] Deze adviezen zijn niet één algemene instelling om zelf over te nemen.

Welke gegevens moet je na een wijziging volgen?

Noteer na iedere wijziging dezelfde gegevens. Alleen dan zie je of de verandering samenvalt met ander weer, gesloten kranen of een andere warmtevraag.

Volg buitentemperatuur, gevraagde en werkelijke aanvoertemperatuur, retourtemperatuur, debiet, compressorstarts, gasverbruik, elektriciteitsverbruik, kamertemperatuur en de stand van kranen en zones. Met data uitlezen en slim sturen kun je die gegevens verder ordenen.

Veelgestelde vragen

Wat is een goede stooklijn voor vloerverwarming?

Er is geen vaste waarde voor elke vloerverwarming. Remeha noemt voor lage-temperatuurvloerverwarming een voetpunt van 15 °C en een helling van 0,4 tot 0,7. [03] Panasonic toont als ontwerpafhankelijk voorbeeld circa 35 °C aanvoer bij 15 °C buiten, oplopend naar 40 °C bij -5 °C buiten. [01] Controleer altijd comfort en debiet.

Hoe lang moet je wachten na het aanpassen van de stooklijn?

Dat hangt af van regelaar en installatie. Remeha noemt in de winter een aanpassing van 0,1 per 24 uur. Een andere Remeha-instructie noemt bij een koudeklacht een verhoging van 0,2, gevolgd door controle gedurende enkele dagen. [04] Gebruik die waarden niet als algemene regel voor andere merken.

Is 35 °C een goede aanvoertemperatuur?

Dat hangt af van afgiftesysteem, woning en buitentemperatuur. In de eigen monitor-snapshot lag de mediane eta-s bij 35 °C hoger dan bij 55 °C. EPREL-waarden zijn gedeclareerde productwaarden en voorspellen niet rechtstreeks het energieverbruik in één woning. [07] De koudste kamer moet warm blijven.

Moet een warmtepomp dag en nacht aanstaan?

Milieu Centraal adviseert geen nachtverlaging bij vloerverwarming, een bodemwarmtepomp of goede isolatie met warmteterugwinning. [08] Bij redelijke isolatie is het advies 1 graad verlaging en bij matige isolatie 2 graden. [08] Grote temperatuurstappen kunnen het opwarmen in de ochtend zwaarder maken.

Werkt iedere OpenTherm-thermostaat met een warmtepomp?

Nee, dat is niet algemeen te bevestigen. OpenTherm kan per merk, generatie en configuratie een andere functie hebben. Controleer warmtepompmodel, binnenunit, regelaar, firmware, thermostaatmodel, zones en eventuele converters. Bij sommige systemen is OpenTherm ruimteregeling, bij andere kan het weersafhankelijke instellingen doorgeven.

Geteld verkoopt niets en ontvangt geen vergoeding voor een plek in onze onderzoeken. We gebruiken geen affiliate-links en verkopen geen persoonsgegevens of leads.