Terugleververgoeding 2026: bedrag en regels na 2027
Wat is terugleververgoeding in 2026, hoeveel betalen leveranciers per kWh en wat verandert de wet vanaf 1 januari 2027 minimaal?
Een terugleververgoeding is in 2026 het bedrag dat je krijgt voor stroom die je op jaarbasis méér teruglevert dan je afneemt. De gepubliceerde vergoedingen bij vaste contracten liepen op 23 augustus 2026 uiteen van 1,00 tot 16,50 cent per kWh. Op 1 januari 2027 stopt salderen en verandert ook de wettelijke regeling voor deze vergoeding. De basis daarvoor is hoe de salderingsregeling werkt.
Wat is een terugleververgoeding precies?
Een terugleververgoeding is in 2026 de vergoeding voor het deel van je teruggeleverde stroom dat overblijft na salderen. De leverancier bepaalt het tarief en vermeldt dit in het contract of tarievenblad.
Salderen betekent dat je teruglevering administratief wegstreept tegen afname via dezelfde aansluiting. Daarbij telt ook het voordeel van energiebelasting en btw mee [02]. Je kunt niet meer salderen dan de hoeveelheid stroom die de leverancier aan je levert.
Bij 3.000 kWh afname en 3.400 kWh teruglevering wordt daarom 3.000 kWh gesaldeerd. Alleen over de resterende 400 kWh ontvang je de contractuele terugleververgoeding [02]. Lever je minder terug dan je afneemt, dan blijft er in 2026 geen terugleveroverschot over voor een aparte vergoeding.
Vanaf 2026 is een slimme of digitale meter nodig om stroom terug te leveren [05]. Ook moet de installatie zijn geregistreerd.
Hoeveel terugleververgoeding krijg je per leverancier in 2026?
De vergoeding bij vaste contracten lag op 23 augustus 2026 tussen 1,00 cent per kWh bij Budget Thuis en 16,50 cent per kWh bij Delta. Het gaat om brutobedragen, zonder energiebelasting en btw.
| Leverancier | Vergoeding in ct/kWh |
|---|---|
| Budget Thuis | 1,00 |
| Vattenfall | 6,97 |
| Innova Energie | 6,993 |
| Energiek | 7,00 |
| PowerPeers | 7,89 |
| Pure Energie | 8,50 |
| ENGIE | 13,17 |
| UnitedConsumers | 14,26 |
| Mega | 14,817 |
| Energiedirect | 15,00 |
| Essent | 15,00 |
| Greenchoice | 15,00 |
| Univé, via Greenchoice | 15,00 |
| Eneco | 15,088 |
| Oxxio | 15,156 |
| Vandebron | 16,00 |
| Delta | 16,50 |
Bron voor de tabel: Keuze.nl, peildatum 23 augustus 2026. De bedragen zijn bruto en exclusief energiebelasting en btw. Een hoge vergoeding per kWh zegt bovendien niet alles over de totale rekening. Leveranciers kunnen terugleverkosten apart rekenen.
De ACM stelde op 17 december 2025 dat terugleverkosten niet per definitie onredelijk zijn. Vergelijken is wel lastig, omdat leveranciers die kosten op verschillende manieren doorberekenen [04].
Wat verandert er vanaf 1 januari 2027?
Vanaf 1 januari 2027 stopt salderen en krijg je een vergoeding over alle stroom die je teruglevert. Teruglevering mag dan niet meer worden weggestreept tegen je afname [01].
De wet legt van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2029 een ondergrens vast. Een actieve afnemer met een kleine aansluiting krijgt minimaal 50% van het overeengekomen kale leveringstarief als terugleververgoeding, als levering en teruglevering bij dezelfde marktdeelnemer zijn ondergebracht [03].
Het kale leveringstarief is de prijs per kWh zonder energiebelasting en btw. De 50% gaat dus niet over de volledige stroomprijs op je rekening.
| Periode | Regel voor teruggeleverde stroom |
|---|---|
| Tot en met 31 december 2026 | Eerst salderen. Alleen het terugleveroverschot krijgt een aparte terugleververgoeding. |
| 1 januari 2027 tot en met 31 december 2029 | Salderen stopt. Alle teruggeleverde stroom krijgt een vergoeding. De wettelijke ondergrens is 50% van het kale leveringstarief onder de wettelijke voorwaarden. |
| Vanaf 1 januari 2030 | Geen vaste ondergrens van 50% meer. Wel blijven eisen voor redelijkheid, concurrentie en een niet-negatieve gemiddeld gewogen maandvergoeding gelden. |
De 50%-regel geldt volgens de Energiewet voor een actieve afnemer met een kleine aansluiting die levering en teruglevering bij dezelfde marktdeelnemer heeft [03]. Heb je een aparte terugleverovereenkomst met een andere partij, dan is niet vast te stellen of dezelfde ondergrens automatisch geldt. Dat vraagt beoordeling van de eigen situatie.
Loopt je contract of jaarafrekening over 1 januari 2027 heen, dan moeten verbruik en teruglevering apart worden verwerkt voor en na die datum [02].
Wat gebeurt er na 1 januari 2030?
Vanaf 1 januari 2030 vervalt de tijdelijke ondergrens van 50% van het kale leveringstarief. Er komt geen vast minimum in centen per kWh of een nieuw vast percentage voor terug.
De Energiewet stelt eisen aan de redelijkheid en concurrentie van de vergoeding. De vergoeding is niet redelijk als deze onevenredig laag is gezien de kosten en baten van de marktdeelnemer of niet concurrerend is. Daarnaast mag zij gemiddeld gewogen over een maand niet negatief zijn voor kleine aansluitingen [03].
Mag de terugleververgoeding negatief zijn?
Op 13 maart 2025 meldde de ACM dat het saldo van vergoeding en kosten negatief kon zijn zonder dat dit volgens de toen geldende wet verboden was, zolang het totale tarief niet onredelijk was [06].
Met een netto-negatieve terugleververgoeding bedoelen we hier: het bedrag dat resteert nadat terugleverkosten zijn afgetrokken van de vergoeding voor teruggeleverde stroom. Die term kan bij leveranciers ook iets anders betekenen. Controleer daarom steeds hoe het contract de term gebruikt.
Vanaf 1 januari 2027 mag de gemiddeld gewogen terugleververgoeding over een maand voor een kleine aansluiting niet negatief worden vastgesteld [03]. Toch kan je netto saldo na kosten negatief uitvallen. Leveranciers mogen namelijk naast de vergoeding afzonderlijke terugleverkosten rekenen.
Dat onderscheid is relevant bij het vergelijken van contracten. Lees daarom ook wat terugleverkosten zijn. De kosten kunnen worden berekend over een ander volume dan het jaarlijkse terugleveroverschot. Daardoor kan ook iemand zonder terugleveroverschot toch terugleverkosten betalen.
Wat is het verschil tussen terugleververgoeding, salderen en terugleverkosten?
Salderen streept teruglevering weg tegen afname inclusief belastingvoordeel, terugleververgoeding is het tarief per kWh voor het overschot in 2026 en voor alle teruglevering vanaf 2027, en terugleverkosten zijn een apart bedrag dat een leverancier kan rekenen.
Tot en met 31 december 2026 wordt eerst gesaldeerd. Pas daarna volgt een vergoeding over het resterende terugleveroverschot. Vanaf 1 januari 2027 verdwijnt dat wegstrepen en geldt de vergoeding over alle gemeten teruglevering [01].
Terugleverkosten staan los van de terugleververgoeding. Een leverancier kan deze kosten bijvoorbeeld berekenen over alle gemeten teruglevering, terwijl de vergoeding in 2026 alleen over het jaarlijkse overschot geldt. Daarom is een bedrag per kWh terugleververgoeding geen volledig beeld van wat zonnepanelen op de eindafrekening opleveren of kosten.
Modelcontracten tonen terugleververgoeding en terugleverkosten sinds 1 januari 2026 als afzonderlijke onderdelen. Dat maakt het mogelijk om beide posten naast elkaar te zetten.
Hoe werkt teruglevering bij een dynamisch contract?
Bij een dynamisch contract kan de terugleververgoeding per uur of kwartier verschillen, omdat deze is gekoppeld aan de actuele stroomprijs. De daadwerkelijke prijs is doorgaans een dag vooraf zichtbaar. Toekomstige tarieven zijn daarom niet vooraf vast te leggen.
De verwerking kan per contract verschillen. Vattenfall waardeerde in productvoorwaarden met peildatum 19 februari 2026 het netto terugleveroverschot vóór 1 januari 2027 tegen een gewogen gemiddelde beursprijs. In dat contract werd een negatieve netto-vergoeding op nul gezet. Daarnaast kon een aparte verkoopvergoeding per teruggeleverde kWh hoger zijn dan de ontvangen vergoeding.
Dit voorbeeld geldt voor die voorwaarden en die peildatum. Het zegt niet hoe andere dynamische contracten werken, of hoe dezelfde leverancier dit na 1 januari 2027 verwerkt. Lees de voorwaarden daarom samen met het tarievenblad en de terugleverkosten.
Waar vind je je eigen terugleververgoeding en waar let je op bij overstappen?
Je vindt de terugleververgoeding in je energiecontract en op het tarievenblad. Leveranciers tonen het bedrag vaak ook in de online klantomgeving of app [02]. Controleer daar altijd zowel de vergoeding als de terugleverkosten.
Bij een vast contract mag de terugleververgoeding niet tussentijds wijzigen. Bij een variabel contract kan dat wel als de voorwaarden dit toestaan, maar de leverancier moet dit minimaal een maand vooraf melden [02]. Variabele en dynamische contracten hebben geen opzegvergoeding [07].
Kijk bij een overstap daarom in elk geval naar deze punten:
- het teruglevertarief per kWh;
- eventuele terugleverkosten en het volume waarover ze worden berekend;
- de looptijd van het huidige contract;
- de opzegvoorwaarden van het contract dat je nu hebt;
- de regels die vanaf 1 januari 2027 voor jouw aansluiting gelden.
Onze meting van 23 augustus 2026 laat zien dat 17 van de 18 onderzochte grote leveranciers publiek een vast contract aanboden, zonder postcode-invoer of klantlogin. Bij 6 publieke waarnemingen was de mediaan van het zichtbare vaste leveringstarief 35,0 eurocent per kWh. De spreiding liep van 28,1 tot 40,0 eurocent per kWh.
Dit cijfer betreft leveringstarieven, geen terugleververgoedingen, en is een steekproef van 18 grote en bekende leveranciers, geen volledige telling van het ACM-vergunningenregister. Peildatum 23 augustus 2026, niet zonder hercontrole als actueel weergeven. De gegevens staan in onze vaste-contracten-teller.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen terugleververgoeding en salderen?
Salderen streept teruglevering administratief weg tegen afname via dezelfde aansluiting, inclusief het belastingvoordeel. Tot en met 31 december 2026 krijg je pas een terugleververgoeding als je op jaarbasis meer teruglevert dan afneemt. Vanaf 1 januari 2027 stopt salderen en geldt een vergoeding over alle teruggeleverde stroom [01].
Mag mijn terugleververgoeding negatief zijn?
Op 13 maart 2025 meldde de ACM dat een netto-negatief saldo volgens de toen geldende wet niet per definitie verboden was, zolang het totale tarief niet onredelijk was. Vanaf 1 januari 2027 mag de gemiddeld gewogen vergoeding per maand voor kleine aansluitingen niet negatief zijn. Leveranciers mogen wel aparte terugleverkosten rekenen. Daardoor kan het netto saldo na die kosten alsnog negatief uitvallen [03].
Wat verandert er per 1 januari 2027 voor mijn terugleververgoeding?
Salderen stopt op 1 januari 2027. Je krijgt vanaf dan een vergoeding over alle teruggeleverde stroom, niet alleen over een jaarlijks overschot. Voor een actieve afnemer met kleine aansluiting die levering en teruglevering bij dezelfde marktdeelnemer heeft, geldt tot en met 31 december 2029 minimaal 50% van het kale leveringstarief [03].
Wat gebeurt er met de terugleververgoeding na 2030?
De vaste ondergrens van 50% vervalt op 1 januari 2030. Daarna is er geen vast minimumbedrag of minimumpercentage. De Energiewet stelt dan nog eisen aan de redelijkheid en concurrentie van de vergoeding. Ook mag de gemiddeld gewogen vergoeding per maand voor kleine aansluitingen niet negatief zijn [03].
Hoe werkt teruglevering bij een dynamisch energiecontract?
Bij een dynamisch contract kan de vergoeding per uur of kwartier verschillen, gekoppeld aan de actuele stroomprijs. De prijs is doorgaans een dag vooraf zichtbaar. Sommige contracten gebruiken een gewogen gemiddelde prijs en rekenen daarnaast een verkoopvergoeding. De precieze verwerking verschilt per leverancier, contract en periode.
Waar vind ik mijn eigen terugleververgoeding?
De terugleververgoeding staat in je energiecontract en op het tarievenblad. Vaak vind je deze ook in je online klantomgeving of app. Bij een vast contract mag de vergoeding niet tussentijds wijzigen. Bij een variabel contract kan dat onder voorwaarden wel, met minimaal een maand voorafgaande informatie [02].